“Aarts onderzocht een groep van ruim honderd kinderen waarbij bloed werd afgenomen. Bij de helft pasten de zorgverleners die de bloedafname deden een aangepaste vorm van communicatie toe. Bij de andere helft niet. De aangepast communicatie bestaat uit meerdere onderdelen. Echt contact maken met het kind is bijvoorbeeld heel belangrijk. Dat zorgt voor vertrouwen. Ook het vermijden van negatieve woorden is cruciaal. Denk daarbij aan prik en spannend.” (Bron: Radboud Recharge)
Klinkt logisch. Vooral het wel if niet gebruiken van woorden als ‘prik’ en ‘spannend’! Rechtreeks communiceren met kinderen, welke doelgroep dan ook, is altijd goed.